Pijnbestrijding bij acute middenoorontsteking bij kinderen lijkt suboptimaal. Dit werd geconcludeerd door Rick van Uum die zijn proefschrift verdedigde op 10 oktober in Utrecht. Hij stelt voor dat toekomstig onderzoek zich richt op de barrières bij ouders om pijnmedicatie in hogere dosering te geven, evenals op de effectiviteit van andere soorten pijnmedicatie, zoals pijnstillende oordruppels.
 
Als overheersend symptoom van een acute middenoorontsteking (acute otitis media; AOM) staat oorpijn centraal. De meeste klinische richtlijnen voor AOM bevatten daarom aanbevelingen voor het gebruik van pijnstillers. Meestal omvat dit paracetamol en, in geval van onvoldoende pijnverlichting, wordt overgeschakeld op ibuprofen of wordt ibuprofen bijgegeven. Door drukte geeft huisarts de ouders echter mogelijk geen gedetailleerd advies over hoe deze oorpijn het beste kan worden behandeld, waardoor kinderen onnodig kunnen lijden. Dit kan ertoe leiden dat ouders vaker hun arts raadplegen en om antibiotica vragen, hoewel AOM vaak zonder antibiotica kan worden behandeld.
 
Training
Tijdens zijn promotieonderzoek ontwikkelde Rick van Uum (Julius Centrum, UMC Utrecht) een training specifiek gericht op het opleiden van huisartsen ten aanzien van pijnbestrijding bij kinderen met AOM. De training omvatte een online trainingsmodule en een persoonlijk bezoek door de arts-onderzoeker. Huisartsen werden getraind om pijnmanagement met ouders in detail te bespreken met behulp van een informatiefolder, en om een recept voor pijnmedicatie voor te schrijven in plaats van aan ouders te adviseren om het zonder recept te kopen. De training benadrukte ook het belang van regelmatige en een op het lichaamsgewicht aangepaste dosering van paracetamol en stelde tevens voor om naast paracetamol óók ibuprofen voor te schrijven wanneer dat nodig mocht zijn.
 
Tussen 2015 en 2018 bestudeerde hij het potentiële voordeel van deze training ten opzichte van zorg zoals gebruikelijk bij 224 kinderen met AOM en oorpijn in een gerandomiseerde gecontroleerde studie in 18 huisartsenpraktijken in heel Nederland. Ouders in de interventiegroep meldden dat ze hun kind gedurende de eerste drie dagen meer pijnstillers hadden gegeven dan ouders in de controlegroep. Ook gaven ze paracetamol vaker, gedurende meer dagen en in iets hogere doseringen, en ook ibuprofen werd vaker gegeven: ongeveer een op de twee kinderen in de interventiegroep kreeg ibuprofen, vergeleken met een op de zes in de controlegroep. Opmerkelijk is dat ouders, ondanks het ontvangen van advies over pijnstillers, paracetamol en ibuprofen in lagere doses hebben gegeven dan aanbevolen in de training.
 
Geen verschil
Verrassend genoeg meldden ouders in de interventiegroep bij hun kinderen geen lagere pijnscores of minder dagen met oorpijn en koorts. Kinderen in de interventiegroep ontvingen minder antibiotica voorschriften bij het eerste consult van de huisarts, maar over de totale follow-up periode van 28 dagen was het aantal antibiotica voorschriften per kind hetzelfde in beide groepen. Kinderen in de interventiegroep bezochten de huisarts vaker tijdens de vervolgconsulten dan kinderen in de controlegroep.
 
Rick van Uum concludeert: “Onze training gericht op het informeren van huisartsen over pijnbeheersing bij kinderen met AOM resulteerde in ouders die hun kind meer pijnstillers gaven, in het bijzonder ibuprofen, maar hadden geen invloed op de gemiddelde scores voor oorpijn gedurende de eerste drie dagen. Toekomstig onderzoek zou zich moeten richten op de barrières van ouders om paracetamol in hoge dosering te geven, evenals de effectiviteit van andere soorten pijnstillers voor kinderen met AOM, zoals pijnstillende oordruppels. "
 
Acute middenoorontsteking
Wereldwijd treft AOM jaarlijks ongeveer 11 procent van de mensen (ongeveer 325 tot 710 miljoen gevallen). De helft van deze gevallen betreft kinderen jonger dan vijf jaar en de aandoening komt wat vaker voor bij jongens.

In deze video pitch vertelt Rick over zijn onderzoek.