‘More research is needed’ is de meest gelezen laatste zin van veel wetenschappelijke artikelen. Maar meer -van hetzelfde onderzoek- is niet altijd nodig. Toch gebeurt het vaker dan we willen.

Op 14 september jongstleden hield prof. dr. Carla van Gils haar inaugurele rede. Haar drive: kanker in een vroeger stadium ontdekken om te voorkómen dat patiënten aan de ziekte overlijden, of om te zorgen dat zij met een minder zware behandeling toekunnen dan wanneer de kanker later wordt ontdekt. Kortom: het optimaal inzetten van de screening op kanker.

Haar oratie ‘Meer is niet altijd beter’ was een pleidooi vóór betere screening en tégen overdiagnostiek. Daarnaast was het een oproep aan onderzoekers om niet steeds verder te gaan met nog meer onderzoek naar nieuwe risicofactoren of biomarkers, maar om eerst de goede vervolgstappen te zetten. Zodat veelbelovende onderzoeksbevindingen ook daadwerkelijk worden omgezet naar concrete screening-, preventie- en behandelmethoden op maat.

Als voorbeeld gebruikt zij ‘dicht borstweefsel’. We weten al vele jaren dat bij vrouwen met dicht borstweefsel het bevolkingsonderzoek niet goed genoeg werkt. Terwijl juist die vrouwen ook nog eens een grotere kans hebben om borstkanker te krijgen. Daarom is in 2012 de DENSE trial gestart. Doel is om te kijken of MRI-onderzoek soelaas biedt aan vrouwen met zeer dicht borstweefsel en of gepersonaliseerde screening de oplossing is. Tegelijkertijd willen we zeker weten dat dit niet alleen maar ‘overdiagnostiek’ veroorzaakt. 

Want met MRI-onderzoek help je misschien de vrouwen met dicht borstweefsel, maar je vindt ook de langzaam groeiende, niet agressieve kankers waaraan zij niet zullen overlijden. Deze kankers zouden zonder het onderzoek nooit aan het licht gekomen zijn. Hoe meer er gescreend wordt, hoe meer er ontdekt wordt.

Veel onderzoek richt zich er nu op om zo goed mogelijk te voorspellen wie het hoogste risico heeft op kanker en voor wie screening de meeste voordelen biedt, waardoor nadelen wellicht acceptabeler zijn. Onderzoek om met behulp van big data te voorspellen wie een hoog of laag risico heeft, is in volle gang en zal zich de komende jaren moeten bewijzen. De kwaliteit en compleetheid van de data en goed inzicht in hoe data tot stand komt, spelen hierbij een cruciale rol. Van Gils wil met haar onderzoek bekijken hoe deze ontwikkeling te gelde kan worden gemaakt voor vroege detectie van kanker of van terugkeer van kanker bij mensen die al kanker hebben gehad.

Met het voorbeeld van de DENSE trial laat Van Gils zien wat er moet gebeuren om meer beloftevolle onderzoeksbevindingen bij de patiënt terecht te laten komen: ‘Ik pleit ten eerste voor meer geld voor langdurige onderzoekstrajecten om bevindingen ècht in de praktijk te krijgen. En ten tweede pleit ik ervoor dat clinici worden vrijgemaakt om deel te nemen in het onderzoek aan de hand van de klinische problemen die zij en hun patiënten identificeren. Maar het meest nog pleit ik voor een hand in eigen boezem bij onszelf, de onderzoekers. Wij zijn degenen die verantwoordelijk zijn om iedere keer een volgende onderzoeksstap in gang te zetten.‘

De DENSE trial is een gezamenlijk onderzoek van het Julius Centrum en Radiologie van het UMC Utrecht en zeven andere grote ziekenhuizen, de screeningsorganisaties en het Landelijk Referentiecentrum voor borstkankerscreening. 

De volledige oratie van prof. dr. Carla van Gils.