Terug

ALL-IN

De gezondheidszorg is voortdurend in beweging. Zo ook de behandeling van patiënten met atriumfibrilleren (AF). Met oog op het groeiend aantal patiënten met AF is verandering en verbetering in de organisatie van zorg voor deze patiëntengroep noodzakelijk. Daarom heeft een werkgroep van Zwolse cardiologen, huisartsen, de Trombosedienst van ISALA en onderzoekers van het Julius Centrum een onderzoek opgezet om na te gaan of de behandeling van stabiel AF inclusief de antistollingszorg in de eerste lijn veilig en doelmatig is.

Waarom dit onderzoek

De prevalentie stijgt met de leeftijd van 5,5% van de 55-plussers tot 17,8% van de 85-plussers (zie onder 'Literatuur', artikel Heeringa et al). Met oog op de vergrijzing zal dit aantal de komende jaren sterk stijgen. Verandering en verbetering in de organisatie van zorg voor patiënten met atriumfibrilleren is noodzakelijk, vergelijkbaar met de veranderingen in de diabeteszorg.

Er is ruimte tot verbetering, zo wordt 20-40% van de patiënten niet volgens de richtlijn met orale antistolling behandeld (zie artikel Ogilvie et al). Ook is een belangrijk deel van de ziekenhuisopnames door complicaties van atriumfibrilleren of de behandeling ervan (denk aan beroertes of bloedingen) vermijdbaar. Hiertoe is het van belang dat de versnippering in de zorg voor atriumfibrilleren zoals deze nu georganiseerd is, bij cardiologen, Trombosedienst en huisartsen, wordt teruggebracht. Het ALL-IN project streeft dit na door integrale zorg te leveren voor patiënten met atriumfibrilleren in de huisartspraktijk, inclusief antistollingszorg en behandeling van de ritmestoornis rekening houdend met de andere aandoeningen van de meestal oudere patiënt. 

In veel praktijken wordt behandeling van andere chronische aandoeningen als diabetes mellitus (zie artikel Houweling et al), COPD en CVRM in de huisartspraktijk door de praktijkondersteuner reeds succesvol uitgevoerd. Ook voor atriumfibrilleren zijn er aanwijzingen dat gestructureerde zorg met aandacht voor andere aandoeningen door een verpleegkundige in het ziekenhuis leidt tot afname van sterfte en ziekenhuisopnames (zie artikel Hendriks et al). Het effect van een integrale behandeling van atriumfibrilleren in de huisartspraktijk is echter nog niet onderzocht, vandaar het ALL-IN onderzoek.

Inhoud project

De deelnemende huisartspraktijken zullen worden gerandomiseerd (geloot) tussen interventiepraktijken en controlepraktijken, een zogenaamd cluster gerandomiseerd onderzoek. In de interventiepraktijken zal de praktijkverpleegkundige de zorg voor patiënten met boezemfibrilleren onder supervisie van de huisarts gaan uitvoeren. Dit komt neer op een bezoek per kwartaal aan de praktijkverpleegkundige voor controle van het boezemfibrilleren en, indien van toepassing, NOAC gebruik (non-vitamine K orale anticoagulantia, nieuw soort bloedverdunners). Indien de patiënt voor antistolling acenocoumarol of fenprocoumon gebruikt, doet de praktijkverpleegkundige regelmatig een INR-bepaling en ontvangt online het doseeradvies van het expertisecentrum van de Trombosedienst. 

De huisarts ziet de patiënt eens per jaar, waarbij wordt nagegaan of de behandeling, rekening houdend met de richtlijnen, overige aandoeningen en medicatie, geoptimaliseerd kan worden. Bij vragen kan de praktijkverpleegkundige of de huisarts laagdrempelig contact opnemen met het expertisecentrum van de Trombosedienst of het expertisecentrum van de cardiologen dat speciaal voor het ALL-IN project is opgericht. De patiënt komt voor de indicatie boezemfibrilleren dus niet meer voor controle bij de cardioloog, tenzij er andere cardiale aandoeningen zijn. Dit in tegenstelling tot de patiënten uit de controlepraktijken, zij krijgen de zorg zoals ze dit gewend zijn.

Na twee jaar follow-up wordt gekeken naar sterfte en ziekenhuisopnames. Om kwaliteit van leven te kunnen vergelijken en om kosteneffectiviteitsanalyses te kunnen doen vullen de patiënten verspreid over twee jaar drie maal een kwaliteit van leven vragenlijst in. Er is een eerstelijns-DBC afgesproken om de kosten voor de extra uren van de praktijkverpleegkundige te kunnen declareren.

Literatuur

  • Heeringa J, van der Kuip DA, Hofman A, et al. Prevalence, incidence and lifetime risk of atrial fibrillation: the Rotterdam study. Eur Heart J. 2006;27(8):949-953
  • Ogilvie IM, Newton N, Welner SA, et al. Underuse of Oral Anticoagulants in Atrial Fibrillation: A Systematic Review. American Journal of Medicine 2010;123:638-645
  • Houweling ST, Kleefstra N, van Hateren KJ, et al. Can diabetes management be safely transferred to practice nurses in a primary care setting? A randomised controlled trial. J Clin Nurs. 2011;20(9-10):1264-72
  • Hendriks JM, de Wit R, Crijns HJ, et al. Nurse-led care vs. usual care for patients with atrial fibrillation: results of a randomized trial of integrated chronic care vs. routine clinical care in ambulatory patients with atrial fibrillation. Eur Heart J. 2012;33(21):2692-2699.
  • Hart RG, Pearce LA, Aguilar MI. Meta-analysis: antithrombotic therapy to prevent stroke in patients who have nonvalvular atrial fibrillation. Annals of internal medicine. 2007;146(12):857-867
  • Heng C, Rybarczyk-Vigouret MC, Michel B. Anticoagulant-related hospital admissions: serious adverse reactions identified through hospital databases. Pharmacoepidemiology and drug safety. 2015;24(2):144-151

Informatie Voor Patiënten

Via onderstaande link kunt u de patiëntenfolder van het ALL-In project downloaden. Ook kunt u via de links achtergrondinformatie over boezemfibrilleren lezen in de patiëntenfolder van het Isala en de anwoorden op de meest gestelde vragen over bloedverdunners.  

Indien u een Non-vitamine k Orale AntiCoagulantia (NOAC) bloedverdunner gebruikt (apixaban, rivaroxaban of dabigatran), kunt u hieronder een handige patiëntenkaart downloaden die u kunt meenemen tijdens uw controle bij de praktijkverpleegkundige.

Nieuws

Dinsdag 11 oktober 2016:
De werving van praktijken gaat voorspoedig, nu ook Huisartsenpraktijk Van Lith in Olst en Huisartsenpraktijk Kluft-Wladasch in Haarle zich hebben aangemeld. 24 praktijken alweer!

Maandag 6 juni 2016:
Ook Huisartsenpraktijk Assendorp te Zwolle en Huisartsenpraktijk Posthouwer te Kampen doen mee aan het ALL-IN project, welkom!

Woensdag 3 februari 2016:
Het project breidt zich uit naar de regio Hardenberg, alwaar Huisartsenpraktijk Floralaan-Meeuwenplein, Huisartsenpraktijk Harwig & Van Vlokhoven, Huisartsenpraktijk Beerzerveld, Huisartsenpraktijk De Krim en Huisartenpraktijk Kloosterhaar zich hebben aangemeld.

Vrijdag 4 december 2015: 
Ook in Raalte en omstreken heeft een aantal huisartsenpraktijken besloten tot deelname aan ALL-IN, het betreft Medisch Centrum Heeten, Huisartsenpraktijk Westdorp en Gezondheidscentrum de Parel.

Maandag 2 november 2015:
Ook huisartsenpraktijk Veldweg in Wezep heeft aangegeven graag mee te doen aan het ALL-IN project, welkom!

Vrijdag 23 oktober 2015:
In Wapenveld heeft Huisartsenpraktijk De Putter deelname toegezegd, de tiende praktijk alweer!

Maandag 14 september 2015:
Ook Huisartsenpraktijk Schreurs en Van der Wijk in Oldebroek en Apotheekhoudende Huisartspraktijk Kuinre hebben zich aangemeld, welkom bij ALL-IN!

Dinsdag 25 augustus 2015:
Wederom hebben 2 praktijken zich aangemeld, wij heten Huisartspraktijk De Lange en Huisartsenpraktijk Gramsbergen van harte welkom bij het ALL-IN project.

Donderdag 6 augustus 2015:
De aanmelding van huisartspraktijken is ondanks de vakantieperiode in volle gang. Inmiddels hebben wij ook Huisartsenpraktijk Lemelerveld, Huisartsenpraktijk Doornspijk en Gezondheidshuis Stadshagen en Huisartsenpraktijk Appeltern in Zwolle mogen verwelkomen bij het ALL-IN project. 

Donderdag 4 juni 2015:
De eerste huisartspraktijk die zich heeft aangemeld voor deelname aan ALL-IN is een feit! Graag verwelkomen wij de huisartsen en praktijkondersteuners van Huisartsenpraktijk Elburg bij de ALL-IN studie!

Contact

Heeft u na het lezen van de informatie op deze website nog vragen of opmerkingen? 
Mail dan naar: all-in@umcutrecht.nl

Ook zijn wij telefonisch bereikbaar:
drs. Carline van den Dries, arts-onderzoeker: 06-38365344  of  088-7569620
dr. Ruud Oudega, projectleider: 06-53152059
dr. Geert-Jan Geersing, hoofdonderzoeker: 06-54394005

ALL-IN
Universitair Medisch Centrum Utrecht
Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde
Kamernummer Str. 6.104
Huispostnummer Str. 6.131
Postbus 85500
3508 GA Utrecht

Werkgroep ALL-IN

De ALL-IN werkgroep bestaat uit de volgende leden: 

  • Mw. C.J. van den Dries, arts in opleiding tot huisarts-onderzoeker (AIOTHO), Julius Centrum UMC Utrecht
  • Dr. R. Oudega, huisarts en projectleider ALL-IN, Julius Centrum UMC Utrecht
  • Dr. G.J. Geersing, huisarts en hoofdonderzoeker ALL-IN, Julius Centrum UMC Utrecht
  • Dr. F.H. Rutten, huisarts en associate professor, Julius Centrum UMC Utrecht
  • Prof. dr. K.G.M. Moons, hoogleraar klinische epidemiologie, Julius Centrum UMC Utrecht
  • Prof. dr. R.A.M.J. Damoiseaux, huisarts en hoogleraar onderwijs en evidence based medicine in de huisartsgeneeskunde, Julius Centrum UMC Utrecht
  • Dr. J.J.C.M. van de Leur, medisch leider Trombosedienst Isala
  • Dr. A. Elvan, cardioloog Isala 
  • Prof. dr. H.J.G. Bilo, internist Isala en hoogleraar transmurale zorg
  • Dhr. J. Dille, manager Innovatie en Wetenschap Isala Academie  
  • Dhr. Th. Kuiper, medisch adviseur Achmea.  

Het project wordt gefinancierd door de Stichting Gezondheidszorg Achmea, de Hein Hogerzeil Stichting en Roche Diagnostica Nederland.