Terug

Onderzoek doen als AIOS

Onderzoek doen als AIOS

Onderzoek doen als AIOS uitklapper, klik om te openen

Mogelijkheden voor onderzoek als aios

  • Participeren in een lopend onderzoek, in een differentiatiemodule in het 3e opleidingsjaar. Je doet een literatuurstudie of een deelproject;
  • Aiotho-traject als 'Arts In Opleiding Tot Huisarts en Onderzoeker'. Je moet aangenomen worden voor zowel de huisartsopleiding als voor een huisartsgeneeskundig onderzoeksproject. Daarbij worden beide trajecten verweven;
  • Poioth-traject: gepromoveerde aios kunnen huisartsgeneeskundig onderzoek als postdoc combineren met de huisartsopleiding;

Globale uitgangspunten voor een aiotho-traject:

  • een deel van het onderzoek mag voor het eerste opleidingsjaar plaatsvinden;
  • minimaal een jaar onderzoek tijdens de opleiding;
  • telkens maximaal een jaar achter elkaar onderzoek tijdens de opleiding;
  • een aiotho-traject bestaat in principe uit 3 jaar onderwijs en 3 jaar onderzoek.

Directe plaatsing

In principe volg je de huisartsopleiding bij hetzelfde UMC als waar je onderzoek doet. Als je tijdens de selectieprocedure voor de huisartsopleiding al een promotieplek hebt kan je rechtstreeks in Utrecht geplaatst worden. Dit geef je aan bij aanmelding voor de selectieprocedure. Daarna vindt intern nog een toetsing plaats. Lees de voorwaarden voor rechtstreekse plaatsing op de selectiewebsite.

Meer informatie?

De landelijke vereniging van aios LOVAH heeft een aiotho-netwerk. Lees veel informatie op de LOVAH-website

Heb je interesse? De aiotho-coördinator, Marie-Louise Bartelink, kan meer informatie geven. Zij kan je ook op de hoogte houden van vacatures voor promotieplaatsen die geschikt zijn voor een aiotho-traject.

Huidige aiotho's en poioths: uitklapper, klik om te openen

Josi Boeijen

Bronchodilators for wheeze in young children presenting to primary care: a randomised, placebo-controlled, multicentre, parallel group trial

Piepende ademhaling (wheeze) is een veel voorkomende klacht bij jonge kinderen, vaak ten gevolge van een virale luchtweg infectie. Jaarlijks krijgt 30% van de kinderen jonger dan twee jaar salbutamol voorgeschreven voor deze klachten. Salbutamol is een luchtwegverwijder die werkzaam is bij oudere kinderen met astma, maar de werkzaamheid bij jonge kinderen die veelal geen astma hebben, is niet aangetoond. Huisartsenrichtlijnen in Nederland en België zijn zodoende ambivalent in hun aanbeveling. Salbutamol kent bijwerkingen en de toediening is voor jonge kinderen vaak onprettig. De KIds WIth Wheeze (KIWI) trial, een gerandomiseerd, placebo gecontroleerd onderzoek in 40 praktijken in Nederland en België, onderzoekt de (kosten)effectiviteit van salbutamol inhalatie in vergelijking met placebo in kinderen tussen 6 en 24 maanden die zich presenteren met een piepende ademhaling in de eerste lijn. Verschillen in het beloop van de door ouders gerapporteerde klachten zullen worden geëvalueerd, evenals verschillen in tijd tot herstel, het optreden van bijwerkingen en zorgkosten. 

Sarah Boers

Clinical implementation of eHealth in primary care: examining the ethical implications

eHealth en digital health beloven de patiënt centraal te stellen en zelfmanagement, gepersonaliseerde geneeskunde en continuïteit van zorg te bevorderen. Mede hierdoor krijgt eHealth momenteel een groeiende rol in de huisartsgeneeskunde en de praktische implementatie krijgt een vogelvlucht door de huidige covid-19 crisis. Voorbeelden van eHealth die al vorm krijgen zijn elektronische patiëntinformatie (thuisarts.nl), beeldbellen, digitale dossiers en eHealth applicaties voor de monitoring van chronische ziekten, zoals astma. Een ander voorbeeld van digital health is de inzet van op kunstmatige intelligentie (KI) gebaseerde klinische beslisondersteuning. Dergelijke slimme beslisondersteuning kan de huisarts en andere zorgverleners helpen om sneller, makkelijker en accurater risico’s in te schatten, diagnoses te stellen en behandeling op maat te realiseren. Met deze beloften gaan ethische uitdagingen gepaard die verder gaan dan vragen op het gebied van privacy en geïnformeerde toestemming. eHealth heeft verstrekkende invloed op de arts- patiënt relatie en op de ervaringen, waarden en normen van zowel patiënten als zorg professionals. Hierdoor ontstaan ethische vragen omtrent bijvoorbeeld autonomie, commercialisatie, vertrouwen, gelijke toegang tot zorg en veranderende (morele) verantwoordelijkheden. Om bewuste en verantwoorde introductie en implementatie van eHealth in de eerstelijnszorg te bevorderen onderzoekt dit project de ethische implicaties. Het project richt zich in het bijzonder op de ethische evaluatie van (1) zelfmanagement middels eHealth en (2) op KI gebaseerde klinische beslisondersteuning. Het uiteindelijke doel is het formuleren van eerstelijn-specifieke ethische aanbevelingen.

Willemijn van den Bosch

SUCCEED: veilig verminderen van colonoscopieën bij patiënten met buikpijnklachten met behulp van het diagnostische CEDAR algoritme.

 Buikpijnklachten komen regelmatig voor in de huisartsenpraktijk. Het is belangrijk om te kunnen differentiëren tussen significante colorectale ziekten (zoals carcinomen of IBD) en functionele buikklachten. Aan de hand van de huidige NHG richtlijn wordt een patiënt verwezen voor colonoscopie als er anamnestisch en bij lichamelijk onderzoek 1 of meer symptomen zijn die wijzen op een significante colorectale ziekte. Van de verwijzingen voor colonoscopie heeft vervolgens 80% van de patiënten geen significante colorectale ziekte, maar is wel blootgesteld aan een (klein) risico op ernstige complicaties bij scopie.

Het CEDAR algoritme heeft een fecestest op calprotectine en hemoglobine toegevoegd in een diagnostisch model om veilig significante darmziekten uit te sluiten en voorspelt een veilige reductie van het aantal (onnodige) colonoscopieën met 30%. De SUCCEED studie hoopt in eerste instantie het CEDAR algoritme te valideren, om daarna in een gerandomiseerde studie uit te zoeken of het daadwerkelijk baseren van medische beslissingen op het CEDAR algoritme veilig en kosten-effectief is.

Hiske Brouwer

Clinician-teachers as two way connectors

De huisartsenopleiding en opleiding tot specialist ouderengeneeskunde acht het cruciaal dat hun docenten ook werkzaam zijn in de klinische praktijk. Deze docent-artsen of “clinician-teachers“ kunnen hun klinische ervaringen meenemen tijdens de lessen en tegelijkertijd ook de verworven up-to-date kennis en onderwijsvaardigheden gebruiken in de kliniek. De clinician-teacher slaat derhalve een brug tussen de twee verschillende socio-culturele werelden: het onderwijs en de klinische praktijk. Het verbinden van twee werelden wordt in de literatuur “boundary-spanning” of “brokerage” genoemd. Deze dubbelrol blijkt in de praktijk niet eenvoudig en zowel het werven als behouden van clinician-teachers is moeizaam. Deze studie heeft als doel om in kaart te brengen hoe “brokarage” gebeurt door de clinician-teacher en door welke persoonlijke en omgevingsgebonden factoren dit wordt beïnvloed. Hiermee zullen aanbevelingen kunnen worden gedaan om de ondersteuning van de dubbelrol van de clinician-teacher te verbeteren.

Carline van den Dries

Integrale zorg voor patiënten met atriumfibrilleren in de huisartsenpraktijk (ALL-IN)

Bij de behandeling van patiënten met atriumfibrilleren (AF) zijn verschillende zorgverleners betrokken, onder wie de cardioloog en de Trombosedienst. De huisarts heeft vaak een beperkte rol in de behandeling van AF, maar heeft wel het beste overzicht over iemands overige aandoeningen en medicatie. Met het oog op het toenemend aantal AF-patiënten en de veranderingen in de antistollingszorg is het belangrijk om te onderzoeken of integrale AF-zorg (begeleiding antistollingsbehandeling en behandeling comorbiditeit) veilig kan plaatsvinden in de huisartsenpraktijk. Daarom is de ALL-IN studie opgezet, een pragmatisch, cluster gerandomiseerd onderzoek dat begin 2016 is gestart in de regio Zwolle. Patiënten in interventiepraktijken worden 4x per jaar gecontroleerd voor het atriumfibrilleren in samenhang met cardiale en niet-cardiale comorbiditeit. Daarnaast neemt de huisartsenpraktijk de INR-controles over van de Trombosedienst. Na twee jaar wordt onder andere gekeken naar sterfte, ziekenhuisopnames, herseninfarcten, bloedingen en kosteneffectiviteit.

Anouk Eikendal (postdoc)

PReclinical dIastolic Dysfunction and its progression to heart failure with preserved ejection fraction in women and mEn (PRIDE)

Hartfalen is een groeiend probleem in de huidige gezondheidszorg, zowel op economisch, medisch als maatschappelijk vlak. Geslachtsverschillen lijken een belangrijke rol te spelen bij hartfalen. Waar vrouwen vaker hartfalen met een behouden ejectiefractie (HFpEF) ontwikkelen komt bij mannen vaker hartfalen met een verminderde ejectiefractie (HFrEF) voor. In tegenstelling tot de behandeling van HFrEF, bestaat er nog geen succesvolle behandeling voor HFpEF. PRIDE richt op de verbetering van de preventie en behandeling van HFpEF door HFpEF in een eerder, beter behandelbaar stadium te detecteren. Dit door de geslachts-specifieke risicofactoren die relateren aan de ontwikkeling en progressie van (het voorstadium van) HFpEF, alsmede de geslachts-specifieke relatie tussen bevindingen op echocardiografie, risicofactoren en de mortaliteit en morbiditeit van hartfalen beter in kaart te brengen.

Carmen Erkelens

Leren hoe cognitieve bias optreedt tijdens triage gesprekken

Dit promotietraject is deel van een duo-traject binnen het project Safety First. Binnen beide promotietrajecten wordt gekeken naar triage-gesprekken, specifiek met bellers die verdacht worden van hartklachten. Tijdens deze gesprekken komen vormen van cognitieve bias voor, die mogelijk leiden tot verkeerde toekenningen van urgentie in de triage. Wanneer we beter begrijpen of en hoe bias in gesprekken te herkennen is, dan kunnen we triagisten beter opleiden in het maken van de juiste beslissingen.

Nicole van Erp

DICKENS studie: Diagnostische Intervallen in het zorgtraject van Kanker in Nederland

Algemene consensus is dat kanker zo snel mogelijk moet worden opgespoord, omdat vertraging bij opsporing van kanker leidt tot toename van zowel psychologische als fysieke ziektelast. Voor Nederland is nog niet bekend hoe lang de verschillende fases van het diagnostisch traject duren en wat de variatie in deze doorlooptijden bepaalt. Dit onderzoek heeft als doel de duur van de verschillende fases in het diagnostisch proces van kanker in Nederland in kaart te brengen voor 10 kankersoorten. Daarnaast onderzoeken we voor de verschillende kankersoorten de spreiding in deze doorlooptijden en wat voorspellers zijn van relatief lange of juist korte diagnostische intervallen. Hiermee beogen wij aanknopingspunten te vinden voor optimalisatie van het diagnostisch traject en daarmee vermindering van de ziektelast voor patiënten met kanker.

Amy Groenewegen

RED-CVD: Reviving Early Diagnosis of CardioVascular Disease

Hart- en vaatziekten (HVZ) worden vaak gemist bij de huisarts omdat ze in een vroeg stadium niet altijd tot duidelijke klachten leiden en patiënten ze niet altijd spontaan melden. Proactief hiernaar vragen is een belangrijke eerste stap en daarom ontwikkelt RED-CVD een ‘vroegdiagnostiek strategie’ met een vragenlijst voor patiënten, gericht lichamelijk onderzoek en zo nodig verder onderzoek met overleg of verwijzing naar de specialist. We gaan deze strategie toevoegen aan twee bestaande huisartszorgprogramma’s voor mensen met suikerziekte of chronische longziekte. RED-CVD brengt in kaart hoeveel nieuwe HVZ hiermee wordt ontdekt in vergelijking met huisartspraktijken die deze nieuwe strategie niet gebruiken. Verder gaan we na of (1) vragen naar HVZ in de familie, (2) bij vrouwen vragen naar hun vruchtbare periode en zwangerschappen en (3) bloedmerkstoffen de vroegdiagnostiek strategie verder verbeteren.

Saskia Hullegie

De behandeling van kinderen met otitis media acuta die zich presenteren met een acuut loopoor (PLOTS)

Acute middenoorontsteking (otitis media acuta; OMA) is een van de meeste voorkomende infectieziekten op kinderleeftijd. Ongeveer 15 tot 20% van de kinderen met OMA heeft een loopoor veroorzaakt door een spontane trommelvliesperforatie. Aangezien orale antibiotica bewezen effectief zijn in het verminderen van oorpijn en/of koorts bij kinderen met OMA met een loopoor, beveelt de huidige NHG-standaard orale antibiotica aan. Deze behandeling kan echter leiden tot systemische bijwerkingen en tot een toename van de resistentie. Met de Pijnlijk LoopOor Therapie Studie (PLOTS) onderzoeken wij bij kinderen met een OMA met een acuut loopoor, of antibioticum-corticosteroïd oordruppels een goed alternatief kunnen zijn voor orale antibiotica.

Linda Joosten

Switchen van anticoagulantia (van VKA naar NOAC) bij kwetsbare ouderen met atriumfibrilleren (FRAIL-AF)

Bij patiënten met atriumfibrilleren (AF) wordt - om het tromboserisico te verlagen - een niet-vitamine K antagonist oraal anticoagulans (NOAC) in toenemende mate verkozen boven een vitamine K antagonist (VKA). Een grote groep van patiënten met AF is kwetsbaar en (zeer) oud. Er is vrijwel nog geen onderzoek gedaan naar de veiligheid van NOAC's voor deze patiëntengroep. Daardoor is het nog onduidelijk welk anticoagulans moet worden voorgeschreven bij deze groeiende patiëntengroep: een VKA of een NOAC?
De FRAIL-AF studie is een pragmatisch, multicenter, gerandomiseerd onderzoek dat eind 2017 is gestart. Patiënten worden geïncludeerd via trombosediensten verspreid over Nederland. Na de follow-up duur van één jaar wordt gekeken naar het optreden van bloedingen, trombo-embolische aandoeningen, CVA's, kwaliteit van leven, kosteneffectiviteit en risicofactoren voor een bloedingscomplicatie.

Femke Kaasenbrood

Improving DEtection of Atrial fibriLlation in primary care (IDEAL)

Niet-herkend (en daarmee onbehandeld) atriumfibrilleren (AF) is een veelvoorkomende oorzaak van invaliderende CVA’s. Momenteel wordt AF vooral gediagnosticeerd als de huisarts verdenking heeft aan de hand van klachten waarmee een patiënt zich presenteert. Het stellen van de diagnose gebeurt door middel van een electro cardiogram (ECG) in huisartsenpraktijk of ziekenhuis.
AF komt vooral voor bij ouderen, maar zij ervaren vaak weinig klachten van AF. In dit onderzoek wordt onderzocht of een elektronisch apparaat, de MyDiagnostick, ingezet kan worden om AF op te sporen. Een patiënt met AF kan worden herkend door dit apparaat één minuut vast te houden. In een gerandomiseerde trial wordt het effect van de MyDiagnostick in de huisartspraktijk onderzocht.

Birsen Kilic

STEPWISE treatment of uncontrolled high blood pressure

STEPWISE is een cluster-gerandomiseerd onderzoek naar de behandeling van hoge bloeddruk in de huisartspraktijk. Het maakt onderdeel uit van het onderzoeksprogramma Cardiovasculaire epidemiologie, thema Vaatstelsel onder leiding van professor Bots.

Suzanne Marchal

ZWOlse Transmurale CArdiovasculaire risicomanagement ketenzorg met SubstitutiE op maat (ZWOT-CASE)

Sinds januari 2016 is in de regio Zwolle ketenzorg voor (cardio)vasculair risicomanagement ((C)VRM) ingevoerd. Het doel van (C)VRM ketenzorg is om de kwaliteit van zorg te verbeteren en de cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit te verlagen. In de ZWOT-CASE studie wordt het effect van deze ketenzorg onderzocht. In een klinische studie worden patiënten uit huisartspraktijken die (C)VRM ketenzorg aanbieden vergeleken met patiënten uit huisartspraktijken die geen (C)VRM ketenzorg aanbieden (controlegroep). Daarnaast wordt de substitutie van (C)VRM patiënten van de tweede naar de eerste lijn in kaart gebracht en gevolgd. En ten derde vindt een cohortstudie plaats naar de langetermijneffecten van (C)VRM ketenzorg. Hiertoe zullen alle patiënten die zijn gestart met (C)VRM ketenzorg gedurende drie jaar worden gevolgd. Er zal onder andere worden gekeken naar een aantal meetwaarden (bloeddruk, cholesterol, BMI), leefstijl (roken), het zorgproces (aantal consulten) en de cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit.
Lees verder

Ietje Perfors

De effecten van extra begeleiding door de huisarts en verpleegkundige gedurende het oncologische traject (GRIP)

Het aantal (ex-)oncologische patiënten zal in de komende jaren toenemen. De overheid, patiënten organisaties, Nederlands Huisartsen Genootschap en ziekenhuizen zien een structurele rol voor de huisarts in het oncologische traject weggelegd. Het doel van het GRIP onderzoek is om te evalueren wat de effecten zijn van een structurele inzet van de eerste lijn tijdens het gehele oncologische traject.
 Aan de hand van een gerandomiseerde multicenter trial zal de helft van de patiënten met kanker naast de gebruikelijke zorg een gestructureerde begeleiding aangeboden krijgen vanuit de eerste lijn. Zowel patiënten met mamma-, colorectaal-, long-, prostaatcarcinoom of melanoom doen mee aan dit onderzoek.

Florien van Royen

Behandeling van tromboflebitis gebaseerd op individuele risicoprofielen

Tromboflebitis is een ontsteking van een oppervlakkige ader veroorzaakt door een klein stolsel in deze ader. Dit is te herkennen aan een gezwollen en pijnlijke rode streng, meestal op het been. In de meeste gevallen is een tromboflebitis goedaardig en gaat deze vanzelf over, hier is dan geen behandeling voor nodig. Bij sommige patiënten kan er echter ten gevolge van de oppervlakkige aderontsteking een diepe veneuze trombose (DVT) van het been optreden of zelfs een longembolie. Andere patiënten kunnen langdurige pijnklachten ervaren of last hebben van terugkerende aderontstekingen. Het is belangrijk om deze groepen patiënten snel te behandelen met bloedverdunners. Op dit moment zijn de richtlijnen van de huisarts niet duidelijk in wie er wel of wie er niet behandeld moet worden voor tromboflebitis. Het doel van deze studie is om te voorspellen welke patiënten met een tromboflebitis kans hebben op het ontwikkelen van DVT of longembolie, op langdurige klachten en op terugkerende aderontstekingen. Met behulp van grote nationale en internationale databases van huisartsgegevens worden voorspelmodellen ontwikkeld waarmee de huisarts het individuele risicoprofiel van een tromboflebitis patiënt kan bepalen. Met dit risicoprofiel kan de huisarts een afweging maken of het nodig is om te starten met behandeling of dat het beter is om af te wachten tot de tromboflebitis vanzelf over gaat.

Vivianne Sloeserwij

Optimaliseren van farmacotherapie door integratie van niet-verstrekkende apotheker in huisartspraktijk (POINT)

Geneesmiddelen kunnen gezondheidswinst opleveren, maar ook schade veroorzaken. Van de ziekenhuisopnamen die gerelateerd zijn aan medicatiegebruik is bijna de helft mogelijk te voorkómen. Het doen van medicatiebeoordelingen in de eerste lijn kan de veiligheid van farmacotherapie verbeteren, maar implementatie in de praktijk blijkt lastig. De POINT-studie onderzoekt het effect van een nieuwe aanpak in de eerstelijns farmacotherapeutische zorg in Nederland: integratie van een niet-verstrekkende apotheker in de huisartspraktijk. Primair wordt gekeken naar het aantal medicatie-gerelateerde ziekenhuisopnamen. Daarnaast worden potentiële medicatiefouten en de kosten onderzocht. 

Karin Smit

A randomised controlled pilot trial investigating the feasibility of monitoring patients with or at risk for cardiovascular disease who have symptoms suspected of COVID-19 by pulse oximetry at home

Daling van de zuurstofsaturatie is een belangrijke parameter voor plotse klinische verslechtering die bij een klein deel van de COVID-19 patiënten optreedt. Opmerkelijk is dat de klachten die patiënten ervaren niet altijd indicatief zijn voor een lage saturatiewaarde (een fenomeen dat ook wel 'happy hypoxemia' wordt genoemd). In theorie zou het thuismonitoren van de zuurstofsaturatie door patiënten middels pulse oximetrie het mogelijk maken om deze daling eerder te ontdekken waardoor ze in een betere conditie het ziekenhuis bereiken.

Wetenschappelijke onderbouwing voor de meerwaarde van dergelijke thuismonitoring ontbreekt echter. Voor routinematige implementatie is het van belang om inzicht te verkrijgen in eventuele praktische problemen, weerstanden en indirecte effecten, na te gaan wat thuismeting van de zuurstofsaturatie en instructies daaromtrent doet op de besluitvorming van patiënten en dokters én de impact op de zorgvraag te meten.

De CovidSat@Home pilot studie is bedoeld om bovengenoemde processen in kaart te brengen en de haalbaarheid van thuismonitoring van de zuurstofsaturatie te onderzoeken. Hiertoe worden 50 patiënten gerandomiseerd naar ofwel 1) het thuis meten van zuurstofsaturatie middels pulseoximeter bovenop gebruikelijke huisartsenzorg ofwel 2) gebruikelijke huisartsenzorg. De patiënten worden gedurende 45 dagen gevolgd.

Michelle Spek

Optimizing telephone triage of patients calling for acute shortness of breath in primary care (Opticall)

Mensen met klachten van acute kortademigheid tijdens diensturen bellen daarvoor naar een huisartsenpost. Zij krijgen dan een triagist aan de telefoon die m.b.v. een semi-automatische beslisondersteuner, de Nederlandse Triage Standaard (NTS), een inschatting maakt van de urgentie van de kortademigheid en de benodigde medische hulp. Kortademigheid en ernst ervan is echter telefonisch moeilijk te bepalen o.a. door divers mogelijk onderliggend lijden en uiteenlopend verwoorden door patiënten. Nu is voor kortademigheid niet onderzocht of de NTS-urgentiebepaling wel past bij de uiteindelijke diagnose van de patiënt. Verder laat voorgaand onderzoek naar telefonische triage zien dat NTS niet altijd ondersteunt maar soms juist hindert. In Opticall onderzoeken we daarom hoe de urgentiebepaling bij bellers met kortademigheid verloopt, of we de diagnostische accuratesse van NTS kunnen verbeteren, hoe triagisten en patiënten triagegesprekken en het gebruik van NTS beleven en waar zij opties voor verbetering zien. Resultaten worden gepubliceerd en in triage-onderwijs verwerkt.

Emmy Trinks-Roerdink

Landelijke registratie van patiënten met atriumfibrilleren (DUTCH-AF)

Atriumfibrilleren is de meest voorkomende hartritmestoornis en een belangrijke risicofactor voor een ischemisch CVA. Anticoagulantia (vitamine K antagonisten (VKA) en niet-vitamine K antagonist orale anticoagulantia (NOAC)) verlagen de kans op een ischemisch CVA. Kennis ontbreekt over hoe patiënten met atriumfibrilleren in de dagelijkse praktijk behandeld worden. Het doel van deze prospectieve observationele studie is het landelijk registreren van patiënten met atriumfibrilleren zowel vanuit de eerste als tweede lijn. Hierbij zal onder andere de dosering van anticoagulantia en de therapietrouw onderzocht worden.

Rick van Uum

PIM-POM: een onderzoek naar de beste behandeling van middenoorontstekingen

Met de PIM-POM studie onderzoeken we het effect van een meervoudige interventie gericht op optimale pijnbestrijding bij kinderen met een otitis media acuta (OMA) in de huisartsenpraktijk t.o.v. de gebruikelijke zorg. Het is een pragmatische cluster gerandomiseerde interventiestudie, waarin huisartsen in de interventiegroep o.a. een online onderwijsmodule ontvangen.

Lees verder

Loes Wouters

Optimalisatie initiële anamnese bij patiënten met verdenking acuut coronair syndroom, AAA en TIA/CVA (SAFETY FIRST)

Sinds 2011 werkt het merendeel van de huisartsenposten in Nederland volgens de Nederlands Triage Standaard (NTS), net als de Meldkamer Ambulance en SEH-verpleegkundigen. Het doel van de NTS is de veiligheid en doelmatigheid van de triage in de acute zorg te verhogen, zodat de patiënt zo snel mogelijk bij de juiste hulpverlener komt en de juiste behandeling of zorg krijgt. In het promotieonderzoek SAFETY FIRST wordt de telefonische initiële anamnese geëvalueerd bij patiënten met ingangsklachten passend bij acuut coronair syndroom, AAA en TIA/CVA en de uiteindelijke diagnose opgespoord middels follow-up bij de huisarts. Doel is het ontwikkelen van een nieuw diagnostisch model om deze acute cardiovasculaire ziekten beter vast te stellen in de huisartsgeneeskunde. Ook worden calamiteiten/incidenten beoordeeld die betrekking hebben op een ACS, AAA en TIA/CVA en wordt beoordeeld in hoeverre afleiders (‘cognitive’ bias) een rol spelen. Dit project integreert drie onderzoeksdomeinen: diagnostisch onderzoek van hart- en vaatziekten, patiëntveiligheid en onderwijs.

Bedankt voor uw reactie!

Heeft deze informatie u geholpen?

Graag horen we van u waarom niet, zodat we onze website kunnen verbeteren.

juliuscentrum.umcutrecht.nl maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van cookies Deze website toont video’s van o.a. YouTube. Dergelijke partijen plaatsen cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt kunt u dat hier aangeven. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren. Deze gegevens worden niet aan derden verstrekt.

Lees meer over het cookiebeleid

Akkoord Nee, liever niet