Terug

Onderzoek doen als AIOS

Onderzoek doen als AIOS

Onderzoek doen als AIOS uitklapper, klik om te openen

Mogelijkheden voor onderzoek als aios

  • Participeren in een lopend onderzoek, in een differentiatiemodule in het 3e opleidingsjaar. Je doet een literatuurstudie of een deelproject;
  • Aiotho-traject als 'Arts In Opleiding Tot Huisarts en Onderzoeker'. Je moet aangenomen worden voor zowel de huisartsopleiding als voor een huisartsgeneeskundig onderzoeksproject. Daarbij worden beide trajecten verweven;
  • Poioth-traject: gepromoveerde aios kunnen huisartsgeneeskundig onderzoek als postdoc combineren met de huisartsopleiding;

Globale uitgangspunten voor een aiotho-traject:

  • een deel van het onderzoek mag voor het eerste opleidingsjaar plaatsvinden;
  • minimaal een jaar onderzoek tijdens de opleiding;
  • telkens maximaal een jaar achter elkaar onderzoek tijdens de opleiding;
  • een aiotho-traject bestaat in principe uit 3 jaar onderwijs en 3 jaar onderzoek.

Directe plaatsing

In principe volg je de huisartsopleiding bij hetzelfde UMC als waar je onderzoek doet. Als je tijdens de selectieprocedure voor de huisartsopleiding al een promotieplek hebt kan je rechtstreeks in Utrecht geplaatst worden. Dit geef je aan bij aanmelding voor de selectieprocedure. Daarna vindt intern nog een toetsing plaats. Lees de voorwaarden voor rechtstreekse plaatsing op de selectiewebsite.

Meer informatie?

De landelijke vereniging van aios LOVAH heeft een aiotho-netwerk. Lees veel informatie op de LOVAH-website

Heb je interesse? De aiotho-coördinator, Marie-Louise Bartelink, kan meer informatie geven. Zij kan je ook op de hoogte houden van vacatures voor promotieplaatsen die geschikt zijn voor een aiotho-traject.

Huidige aiotho's en poioths: uitklapper, klik om te openen

Josi Boeijen

Bronchodilators for wheeze in young children presenting to primary care: a randomised, placebo-controlled, multicentre, parallel group trial

Piepende ademhaling (wheeze) is een veel voorkomende klacht bij jonge kinderen, vaak ten gevolge van een virale luchtweg infectie. Jaarlijks krijgt 30% van de kinderen jonger dan twee jaar salbutamol voorgeschreven voor deze klachten. Salbutamol is een luchtwegverwijder die werkzaam is bij oudere kinderen met astma, maar de werkzaamheid bij jonge kinderen die veelal geen astma hebben, is niet aangetoond. Huisartsenrichtlijnen in Nederland en België zijn zodoende ambivalent in hun aanbeveling. Salbutamol kent bijwerkingen en de toediening is voor jonge kinderen vaak onprettig. De KIds WIth Wheeze (KIWI) trial, een gerandomiseerd, placebo gecontroleerd onderzoek in 40 praktijken in Nederland en België, onderzoekt de (kosten)effectiviteit van salbutamol inhalatie in vergelijking met placebo in kinderen tussen 6 en 24 maanden die zich presenteren met een piepende ademhaling in de eerste lijn. Verschillen in het beloop van de door ouders gerapporteerde klachten zullen worden geëvalueerd, evenals verschillen in tijd tot herstel, het optreden van bijwerkingen en zorgkosten. 

Willemijn van den Bosch

SUCCEED: veilig verminderen van colonoscopieën bij patiënten met buikpijnklachten met behulp van het diagnostische CEDAR algoritme.

 Buikpijnklachten komen regelmatig voor in de huisartsenpraktijk. Het is belangrijk om te kunnen differentiëren tussen significante colorectale ziekten (zoals carcinomen of IBD) en functionele buikklachten. Aan de hand van de huidige NHG richtlijn wordt een patiënt verwezen voor colonoscopie als er anamnestisch en bij lichamelijk onderzoek 1 of meer symptomen zijn die wijzen op een significante colorectale ziekte. Van de verwijzingen voor colonoscopie heeft vervolgens 80% van de patiënten geen significante colorectale ziekte, maar is wel blootgesteld aan een (klein) risico op ernstige complicaties bij scopie.

Het CEDAR algoritme heeft een fecestest op calprotectine en hemoglobine toegevoegd in een diagnostisch model om veilig significante darmziekten uit te sluiten en voorspelt een veilige reductie van het aantal (onnodige) colonoscopieën met 30%. De SUCCEED studie hoopt in eerste instantie het CEDAR algoritme te valideren, om daarna in een gerandomiseerde studie uit te zoeken of het daadwerkelijk baseren van medische beslissingen op het CEDAR algoritme veilig en kosten-effectief is.

Hiske Brouwer

Clinician-teachers as two way connectors

De huisartsenopleiding en opleiding tot specialist ouderengeneeskunde acht het cruciaal dat hun docenten ook werkzaam zijn in de klinische praktijk. Deze docent-artsen of “clinician-teachers“ kunnen hun klinische ervaringen meenemen tijdens de lessen en tegelijkertijd ook de verworven up-to-date kennis en onderwijsvaardigheden gebruiken in de kliniek. De clinician-teacher slaat derhalve een brug tussen de twee verschillende socio-culturele werelden: het onderwijs en de klinische praktijk. Het verbinden van twee werelden wordt in de literatuur “boundary-spanning” of “brokerage” genoemd. Deze dubbelrol blijkt in de praktijk niet eenvoudig en zowel het werven als behouden van clinician-teachers is moeizaam. Deze studie heeft als doel om in kaart te brengen hoe “brokarage” gebeurt door de clinician-teacher en door welke persoonlijke en omgevingsgebonden factoren dit wordt beïnvloed. Hiermee zullen aanbevelingen kunnen worden gedaan om de ondersteuning van de dubbelrol van de clinician-teacher te verbeteren.

Anique Dobbe

Verschilt de wijze van presentatie van pijn/druk/benauwd gevoel op de borst tussen mannen en vrouwen?

Mensen met klachten van pijn/druk/benauwd gevoel op de borst bellen buiten kantoortijden naar een huisartsenpost. Daar vindt telefonische triage plaats en wordt een inschatting gemaakt van de urgentie en de benodigde medische hulp.
Deze telefonische triage is bij deze mensen uitdagend. Het kan een levensbedreigende aandoening betreffen zoals een acuut myocardinfarct, maar ook niet ernstige aandoeningen.

We weten al dat de klachten die hierbij gepresenteerd worden meer overlappen dan verschillen tussen mannen en vrouwen. Maar de wijze van presentatie wel!

In dit promotieonderzoek willen we dieper ingaan op de presentatie en dan (i) onderzoeken hoe dat anders is bij mannen en vrouwen en (ii) beoordelen of dit consequenties heeft op de urgentie-inschatting en het verdere beleid. Dit zal onder meer gedaan worden door triage gesprekken terug te luisteren en te analyseren op gesproken taal.

Daarnaast zal nagegaan worden (i) hoe in de eerste COVID-19 golf telefonische onderscheid werd gemaakt tussen COVID-19 en ACS bij mensen die belden met pijn/druk/benauwd gevoel op de borst en (ii) of er verschil was in prevalentie ACS tijdens die eerste golf vergeleken met dezelfde periode maart-juni in 2019.

Amy Groenewegen

RED-CVD: Reviving Early Diagnosis of CardioVascular Disease

Hart- en vaatziekten (HVZ) worden vaak gemist bij de huisarts omdat ze in een vroeg stadium niet altijd tot duidelijke klachten leiden en patiënten ze niet altijd spontaan melden. Proactief hiernaar vragen is een belangrijke eerste stap en daarom ontwikkelt RED-CVD een ‘vroegdiagnostiek strategie’ met een vragenlijst voor patiënten, gericht lichamelijk onderzoek en zo nodig verder onderzoek met overleg of verwijzing naar de specialist. We gaan deze strategie toevoegen aan twee bestaande huisartszorgprogramma’s voor mensen met suikerziekte of chronische longziekte. RED-CVD brengt in kaart hoeveel nieuwe HVZ hiermee wordt ontdekt in vergelijking met huisartspraktijken die deze nieuwe strategie niet gebruiken. Verder gaan we na of (1) vragen naar HVZ in de familie, (2) bij vrouwen vragen naar hun vruchtbare periode en zwangerschappen en (3) bloedmerkstoffen de vroegdiagnostiek strategie verder verbeteren.

Saskia Hullegie

De behandeling van kinderen met otitis media acuta die zich presenteren met een acuut loopoor (PLOTS)

Acute middenoorontsteking (otitis media acuta; OMA) is een van de meeste voorkomende infectieziekten op kinderleeftijd. Ongeveer 15 tot 20% van de kinderen met OMA heeft een loopoor veroorzaakt door een spontane trommelvliesperforatie. Aangezien orale antibiotica bewezen effectief zijn in het verminderen van oorpijn en/of koorts bij kinderen met OMA met een loopoor, beveelt de huidige NHG-standaard orale antibiotica aan. Deze behandeling kan echter leiden tot systemische bijwerkingen en tot een toename van de resistentie. Met de Pijnlijk LoopOor Therapie Studie (PLOTS) onderzoeken wij bij kinderen met een OMA met een acuut loopoor, of antibioticum-corticosteroïd oordruppels een goed alternatief kunnen zijn voor orale antibiotica.

Linda Joosten

Switchen van anticoagulantia (van VKA naar NOAC) bij kwetsbare ouderen met atriumfibrilleren (FRAIL-AF)

Bij patiënten met atriumfibrilleren (AF) wordt - om het tromboserisico te verlagen - een niet-vitamine K antagonist oraal anticoagulans (NOAC) in toenemende mate verkozen boven een vitamine K antagonist (VKA). Een grote groep van patiënten met AF is kwetsbaar en (zeer) oud. Er is vrijwel nog geen onderzoek gedaan naar de veiligheid van NOAC's voor deze patiëntengroep. Daardoor is het nog onduidelijk welk anticoagulans moet worden voorgeschreven bij deze groeiende patiëntengroep: een VKA of een NOAC?
De FRAIL-AF studie is een pragmatisch, multicenter, gerandomiseerd onderzoek dat eind 2017 is gestart. Patiënten worden geïncludeerd via trombosediensten verspreid over Nederland. Na de follow-up duur van één jaar wordt gekeken naar het optreden van bloedingen, trombo-embolische aandoeningen, CVA's, kwaliteit van leven, kosteneffectiviteit en risicofactoren voor een bloedingscomplicatie.

Birsen Kilic

STEPWISE treatment of uncontrolled high blood pressure

STEPWISE is een cluster-gerandomiseerd onderzoek naar de behandeling van hoge bloeddruk in de huisartspraktijk. Het maakt onderdeel uit van het onderzoeksprogramma Cardiovasculaire epidemiologie, thema Vaatstelsel onder leiding van professor Bots.

Merijn Rijk

Acute lower respiratory tract infections in primary care: improving prognosis by considering the interplay between the lungs and the heart (ELEMENT project)

Lage luchtweginfecties zijn veelvoorkomend in de huisartspraktijk en hebben over het algemeen een goede prognose. Tóch belandt een deel van deze patiënten in het ziekenhuis, waarbij een klein deel hier zelfs aan overlijdt. Patiënten met hart- en vaatziekten lijken een hoger risico te hebben op een gecompliceerd beloop (zoals opname of overlijden) in geval van lage luchtweginfecties. Daarnaast is er ook steeds meer aandacht voor het verhoogde risico op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten na het doormaken van een lage luchtweginfectie, zoals bijvoorbeeld wordt gezien bij COVID-19.

Met het ELEMENT project onderzoeken we deze relatie tussen lage luchtweginfecties en hart- en vaatziekten vanuit een eerstelijns perspectief om de individuele prognose van patiënten beter te kunnen voorspellen. Het uiteindelijke doel is om twee voorspelmodellen te ontwikkelen welke huisartsen kunnen gebruiken om het risico te voorspellen op 1) opname of overlijden en 2) het ontwikkelen van hart- en vaatziekten bij patiënten die met een lage luchtweginfectie op het spreekuur komen.

Florien van Royen

Behandeling van tromboflebitis gebaseerd op individuele risicoprofielen

Tromboflebitis is een ontsteking van een oppervlakkige ader veroorzaakt door een klein stolsel in deze ader. Dit is te herkennen aan een gezwollen en pijnlijke rode streng, meestal op het been. In de meeste gevallen is een tromboflebitis goedaardig en gaat deze vanzelf over, hier is dan geen behandeling voor nodig. Bij sommige patiënten kan er echter ten gevolge van de oppervlakkige aderontsteking een diepe veneuze trombose (DVT) van het been optreden of zelfs een longembolie. Andere patiënten kunnen langdurige pijnklachten ervaren of last hebben van terugkerende aderontstekingen. Het is belangrijk om deze groepen patiënten snel te behandelen met bloedverdunners. Op dit moment zijn de richtlijnen van de huisarts niet duidelijk in wie er wel of wie er niet behandeld moet worden voor tromboflebitis. Het doel van deze studie is om te voorspellen welke patiënten met een tromboflebitis kans hebben op het ontwikkelen van DVT of longembolie, op langdurige klachten en op terugkerende aderontstekingen. Met behulp van grote nationale en internationale databases van huisartsgegevens worden voorspelmodellen ontwikkeld waarmee de huisarts het individuele risicoprofiel van een tromboflebitis patiënt kan bepalen. Met dit risicoprofiel kan de huisarts een afweging maken of het nodig is om te starten met behandeling of dat het beter is om af te wachten tot de tromboflebitis vanzelf over gaat.

Joline de Sevaux

De OPTIMA studie: helpen pijnstillende oordruppels bij kinderen met otitis media acuta?

Middenoorontsteking (otitis media acuta; OMA) is een veelvoorkomende aandoening op de kinderleeftijd en is een belangrijke reden voor een bezoek aan de huisarts en het voorschrijven van antibiotica. Ongemak en oorpijn, het meest prominente symptoom van OMA, hebben een aanzienlijke impact op het gezin door de doorwaakte nachten en het school- en werkverzuim. De gebruikelijke pijnstillers – zoals paracetamol en ibuprofen – en op indicatie antibiotica helpen vaak niet voldoende tegen de oorpijn. Eenmalige toediening van pijnstillende oordruppels lijkt bij oudere kinderen met OMA een snel maar kortdurendeffect te hebben op oorpijn vergeleken met een placebo. Pijnstillende oordruppels worden op dit moment echter niet aanbevolen in de NHG-standaard omdat het huidige bewijs onvoldoende wordt geacht. In de OPTIMA studie onderzoeken wij of het toevoegen vanpijnstillende oordruppels aan de huidige behandeling leidt tot minder oorpijn. Daarnaast bekijken we onder andere het effect op het aantal herhaalbezoeken bij de huisarts en antibioticagebruik.

Veerle Siebinga

Samen beslissen, patiëntgerichte communicatie en patiënttevredenheid 

Om de kwaliteit van leven van patiënten te bevorderen is een persoonsgerichte benadering in de zorg belangrijk, waarbij aandacht wordt besteed aan zowel de medisch-inhoudelijke aspecten van het probleem van de patiënt, als aan de mens achter de ziekte. De meeste artsen omarmen het principe van persoonsgerichte zorg maar blijken dit in de dagelijkse praktijk mondjesmaat toe te passen, vooral door tijdgebrek en beperkte vaardigheden/training in het toepassen van persoonsgerichte communicatie. In dit project wordt een persoonsgerichte consultvoering training voor aios en medisch specialisten ontwikkeld en wetenschappelijk geevalueerd in Isala (Zwolle). Er wordt samengewerkt met de afdeling Huisartsgeneeskunde van het UMC Utrecht om zo inzicht in de overeenkomsten en verschillen in patiëntgerichte communicatie tussen medisch specialisten en huisartsen te verkrijgen. Dit kan gebruikt gaan worden bij het vormgeven van interprofessionele opleidingsactiviteiten tussen aios in de medisch-specialistische vervolgopleidingen en aios huisartsgeneeskunde.

Karin Smit

A randomised controlled pilot trial investigating the feasibility of monitoring patients with or at risk for cardiovascular disease who have symptoms suspected of COVID-19 by pulse oximetry at home

Daling van de zuurstofsaturatie is een belangrijke parameter voor plotse klinische verslechtering die bij een klein deel van de COVID-19 patiënten optreedt. Opmerkelijk is dat de klachten die patiënten ervaren niet altijd indicatief zijn voor een lage saturatiewaarde (een fenomeen dat ook wel 'happy hypoxemia' wordt genoemd). In theorie zou het thuismonitoren van de zuurstofsaturatie door patiënten middels pulse oximetrie het mogelijk maken om deze daling eerder te ontdekken waardoor ze in een betere conditie het ziekenhuis bereiken.

Wetenschappelijke onderbouwing voor de meerwaarde van dergelijke thuismonitoring ontbreekt echter. Voor routinematige implementatie is het van belang om inzicht te verkrijgen in eventuele praktische problemen, weerstanden en indirecte effecten, na te gaan wat thuismeting van de zuurstofsaturatie en instructies daaromtrent doet op de besluitvorming van patiënten en dokters én de impact op de zorgvraag te meten.

De CovidSat@Home pilot studie is bedoeld om bovengenoemde processen in kaart te brengen en de haalbaarheid van thuismonitoring van de zuurstofsaturatie te onderzoeken. Hiertoe worden 50 patiënten gerandomiseerd naar ofwel 1) het thuis meten van zuurstofsaturatie middels pulseoximeter bovenop gebruikelijke huisartsenzorg ofwel 2) gebruikelijke huisartsenzorg. De patiënten worden gedurende 45 dagen gevolgd.

Michelle Spek

Optimizing telephone triage of patients calling for acute shortness of breath in primary care (Opticall)

Mensen met klachten van acute kortademigheid tijdens diensturen bellen daarvoor naar een huisartsenpost. Zij krijgen dan een triagist aan de telefoon die m.b.v. een semi-automatische beslisondersteuner, de Nederlandse Triage Standaard (NTS), een inschatting maakt van de urgentie van de kortademigheid en de benodigde medische hulp. Kortademigheid en ernst ervan is echter telefonisch moeilijk te bepalen o.a. door divers mogelijk onderliggend lijden en uiteenlopend verwoorden door patiënten. Nu is voor kortademigheid niet onderzocht of de NTS-urgentiebepaling wel past bij de uiteindelijke diagnose van de patiënt. Verder laat voorgaand onderzoek naar telefonische triage zien dat NTS niet altijd ondersteunt maar soms juist hindert. In Opticall onderzoeken we daarom hoe de urgentiebepaling bij bellers met kortademigheid verloopt, of we de diagnostische accuratesse van NTS kunnen verbeteren, hoe triagisten en patiënten triagegesprekken en het gebruik van NTS beleven en waar zij opties voor verbetering zien. Resultaten worden gepubliceerd en in triage-onderwijs verwerkt.

Hannah Teeuw

Relatie tussen luchtweginfecties en hart- en vaatziekten

Hart- en vaatziekten zoals hartinfarct, beroerte, longembolie en boezemfibrilleren komen veel voor en hebben een grote impact op de kwaliteit van leven van de patiënt, op de werkdruk van de dokter en op de kosten van het zorgsysteem. De relatie tussen hart- en vaatziekten en factoren als roken, hoge bloeddruk en hartproblemen is bij veel mensen bekend. Sinds de Covid-pandemie is echter ook een ander verband naar voren gekomen: mensen met Covid lijken een grotere kans te hebben op verschillende hart- en vaatziekten. Dit geldt niet alleen voor hele zieke patiënten, maar ook voor mensen met milde klachten die door de huisarts gezien worden. 

Deze onderzoeksresultaten roepen veel vragen op: Hoelang na de Covid infectie blijft dit extra risico bestaan? Geldt dit verband ook voor andere (luchtweg-)infecties? Hoe groot is het risico precies? Kunnen we van tevoren voorspellen welke mensen deze hart- en vaatziekten gaan krijgen? En is er iets wat dit zou kunnen voorkomen? 

Bedankt voor uw reactie!

Heeft deze informatie u geholpen?

Graag horen we van u waarom niet, zodat we onze website kunnen verbeteren.

juliuscentrum.umcutrecht.nl maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van cookies Deze website toont video’s van o.a. YouTube. Dergelijke partijen plaatsen cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt kunt u dat hier aangeven. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren. Deze gegevens worden niet aan derden verstrekt.

Lees meer over het cookiebeleid

Akkoord Nee, liever niet